Houden we van Hobbes?

In een recente publicatie van Peter Schimmel over de (over)regulering in Nederland en het wantrouwen jegens een meer op vertrouwen gebaseerde ethiek viel me een zinnetje op: “…compliance-officers en toezichthouders, die graag hun liefde betuigen aan Thomas Hobbes.” 

Binnen de context van de publicatie is duidelijk wat Schimmel bedoelt, maar toch vind ik het relevant om hier specifiek op in te gaan. Want de “Hollandse” ethiek die Schimmel beschrijft is wellicht niet de meest effectieve voor een compliance officer.

Thomas Hobbes is een Engelse filosoof die met name leefde in de 17e eeuw. Hij maakte de Engelse burgeroorlog tussen de koningsgezinden en de parlementariërs mee en ervoer wat gebeurt als een maatschappij geen natuurlijk gezagssysteem heeft. Zijn politieke filosofie zoals uiteengezet in de Leviathan gaat uit van een sociaal contract tussen mensen, waarbij het individu zijn rechten, met name het recht geweld te gebruiken, deels inlevert bij de staat, meer specifiek bij de soeverein, in ruil voor veiligheid. Dit doet de mens puur uit zelfbehoud, om te ontsnappen aan de toestand van de bellum omnium in omnes, de oorlog van allen tegen allen. Hobbes heeft geen enkel vertrouwen in de goedheid van de mens, getuige zijn uitspraak homo homini lupus est, de mens is de mens tot wolf.

Hoewel Hobbes wel degelijk pleit voor een reeks aan burgerrechten, een liberale democratie zelfs, is hij toch vooral de filosoof van het diepe wantrouwen in de mens en diens totale egoïsme. Waar veel later Adam Smith in dat individuele egoïsme nog een collectieve positieve macht ziet, de “onzichtbare hand” die maakt dat de som van het individuele egoïsme collectieve welvaart creëert, is het Hobbes echt gericht op bedwingen, beteugelen, en wantrouwen.

Het valt niet te ontkennen dat de Engelse burgeroorlog een goede voedingsbodem gaf voor de visie van Hobbes. Minstens zo interessant is dat de Franse filosoof Jean Jacques Rousseau kort na Hobbes in hoofdlijnen een vergelijkbare redenering volgde bij zijn Du contract social ou principes du droit politique, ofwel “Het maatschappelijk verdrag”, dat op het oog wel erg lijkt op het sociaal contract van Hobbes. Maar waar Hobbes redeneert vanuit de oorlog van allen tegen allen, die beteugeld wordt door de Leviathan, de absolute vorst, redeneert Rousseau radicaal de andere kant op. Hij start bij de werkelijkheid van de absolute vorst en diens machteloze onderdanen en redeneert terug in de tijd naar een soort paradijselijke natuurlijke staat van de mens. Rousseau ziet de absolute vorst niet als oplossing van de oorlog van allen tegen allen, maar als de uiterste vorm van de onnatuurlijke staat van macht en onderdrukking. Rousseau is niet toevallig de filosoof waarop de Franse revolutie terug greep. Maar daarmee leverde hij ook de filosofische voedingsbodem voor La Terreur en Robespierre. De oorlog van allen tegen allen.

Past het compliance officers liefde te betuigen aan Thomas Hobbes? Of zouden wij het meer bij Rousseau moeten zoeken?

Ik zou denken dat we het als compliance officers zowel veel verder als veel dichter bij huis moeten zoeken. Aristoteles, de filosoof uit de 4de eeuw voor Christus, baseerde zijn ethiek op een aantal zaken waar ik er hier twee van wil benoemen:

  1. Mensen streven het goede na, dat wil zeggen, dat wij zij als het goede zien.
  2. Het deugdelijke handelen wordt gevonden tussen twee uitersten, op de gulden middenweg.

Met name die gulden middenweg zal Nederlanders bekend in de oren klinken. Het past in onze cultuur van overleg, van doe maar gewoon, van afkeer van extreme visies. Vanzelfsprekend is de retoriek van de gulden middenweg minder krachtig dan die van de mens, die de mens tot wolf is of die van de edele wilde. Wie voor een publiek dat geen zin in nuance heeft en dat niet de directe consequenties hoeft te dragen van toejuichingen bij een verhaal wil staan, komt niet zo ver met de gulden middenweg.

Maar wie als compliance officer in de dagdagelijkse praktijk staat, daar probeert bij te dragen aan het beteugelen van ongewenste risico’s, aan een werkend kwaliteitsstelsel binnen de context van een ondernemende organisatie heeft opmerkelijk weinig te maken met absolute en extreme standpunten. Zij of hij heeft te maken met een oneindig palet aan tinten grijs tussen zwart en wit in. Waarbij vertrouwen in de goede intenties van collega’s, klanten, toezichthouders, maatschappelijk verkeer, hand in hand gaan met realisme over het vermogen van iedereen om zaken fout te laten gaan en de meerwaarde van mee-kijken, mee-denken, en mee-bewaken. 

Schrijf je in voor updates

Schrijf je hier in om op de hoogte gesteld te worden van nieuwe artikelen

Vragen?

Als je een vraag wilt stellen, stuur dan een e-mail naar questions@casualcompliance.com

×